Menu Sluiten

Meer opbrengst door bi-facial panelen

Energieonderzoek Centrum Nederland introduceert de drijvende zonnepanelen samen met partners Tempress, Sunfloat en Havenbedrijf Amsterdam.

Tweezijdig werkende zonnepanelen hebben aan de achterkant geen witte of zwarte folie, maar een glasplaat of een transparante folie. De zonnecellen ín de panelen zijn zo gemaakt dat ze bijna net zo efficiënt licht via de achterkant in elektriciteit kunnen omzetten als licht dat – zoals gebruikelijk – van de voorkant komt. Daardoor kunnen de panelen ook het licht benutten dat door het wateroppervlak of de grond wordt gereflecteerd en normaliter verloren gaat. ”Het is een slimme en voor de hand liggende oplossing. Je gebruikt licht dat er al is en krijgt zo voor ongeveer hetzelfde geld een aanzienlijk hogere opbrengst aan zonne-energie. Op jaarbasis kan dat tientallen procenten aan opgewekte elektriciteit schelen”, zegt professor Wim Sinke, Manager Programmaontwikkeling Zonne-energie bij ECN.

Daarnaast bieden tweezijdig werkende zonnepanelen nieuwe toepassingsmogelijkheden. Ze kunnen behalve schuin ook rechtop gezet worden en bijvoorbeeld verwerkt worden in geluidsschermen langs snelwegen. Daarbij is er bovendien een grote vrijheid in de plaatsingsrichting. De opbrengst van voor- en achterkant samen verandert namelijk maar weinig als de richting varieert, bijvoorbeeld om de weg te volgen.

Een andere toepassing is het plaatsen van de tweezijdig werkende panelen op water. Het gebruik van drijvende zonnepanelen ontsluit volgens Sunfloat grote gebieden in Nederland voor duurzame energie. ”Het water maakt de panelen beter rendabel door de weerkaatsing van het zonlicht en de koelte. Bovendien kunnen de panelen bijna energieloos met de zon meedraaien en dat levert in Nederland al een meeropbrengst van 18 procent”, zegt business developer Sipco Eggink van Sunfloat.

”18 procent van Nederland bestaat uit (binnen)water. Als je hiervan 1 tot 2 procent zou gebruiken voor drijvende zonnevelden, dan kan je hiermee 2 tot 4 miljoen huishoudens van stroom voorzien”, zegt Rik Jonker, Coördinator Zonne-energie bij Rijkswaterstaat. ”Alleen al de baggerdepots die wij als Rijkswaterstaat in beheer hebben, beslaan grofweg 500 hectare. Hier kan je al 375 megawatt aan zonne-energie installaties kwijt. Een mooi voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik. De waterschappen hebben nog veel meer van dit soort industriële wateren in beheer, ook al zijn deze vaak kleiner van omvang.”

ECN werkt met bedrijven aan nieuwe technologie voor zonne-energie en verbetering van huidige zonnepanelen: kristallijn silicium en dunne films. De mogelijkheden voor verdere kostenverlaging, rendementsverhoging en volumegroei zijn enorm. ECN verkent met haar (onderzoek)partners de mogelijkheden voor compleet nieuwe, potentieel zeer efficiënte en goedkope soorten cellen en panelen. Daarnaast staat onderzoek naar nieuwe toepassingen voor zonne-energie hoog op de agenda. Voor meer informatie over het werk van ECN op het gebied van zonne-energie leest u op hun website.